Krantenartikel

Isabelles middel tegen kaalheid

Muts als pruik

Dit jeukt tenminste niet


AERDENHOUT -- Isabelle van Haver was twaalf jaar toen ze hoorde dat ze kanker had. De dokters vertelden dat er een flink gezwel in haar nek zat. Het bleek kwaadaardig en chemokuren volgden. 'Rampzalig', vond Isabelle, want toen werd ze ook nog kaal. 'Gewone' pruiken kriebelden en zagen er nep uit. Ze bedacht een paar eigen ontwerpen en dat werd een groot succes. In de zomervakantie, drie jaar geleden, kreeg de nu vijftienjarige Isabelle van Haver uit het chique Aerdenhout plotseling last van een stijve nek. Volgens de huisarts kwam dat door spanning, omdat ze voor het eerst naar de middelbare school zou gaan. Maar dat klopte niet, volgens Isabelle. "Ik ben helemaal geen stresserig type." De stijfheid werd steeds erger, zo erg zelfs, dat ze op een gegeven moment haast niet meer kon lopen. De fysiotherapeut van haar moeder raadde haar aan een MRI-scan te laten maken. De resultaten daarvan waren op zijn zachts gezegd niet goed. "Er zat een enorme tumor in mijn nek op een gevaarlijke plaats, dicht bij een aantal zenuwen." Het was een grote shock, maar tijd om erover na te denken, had ze niet. Ze moest meteen onder het mes, twaalf uur lang. De tumor was toen nog goedaardig, maar door de operatie zakte haar nek in. "Ik kreeg een haloframe, een metalen stellage, waarmee mijn hoofd omhoog gehouden werd. Niet bepaald modieus." Door de chemokuren viel het haar van Isabelle uit, waardoor ze een pruik moest dragen. En dat was een verschrikking. Het ding kostte destijds vijftienhonderd gulden en werd na één keer dragen in de hoek gegooid. "Hij paste niet, jeukte enorm en zag er nog nep uit ook. En het was een enorm gedoe om het er mooi uit te laten zien", vertelt de vijftienjarige. Samen met haar moeder kwam ze op een goed idee. Oma haakte mutsjes, waar strengen haar aan gemaakt konden worden. Isabelle: "Dan krijg je een pruik die er tenminste echt en natuurlijk uitziet." Inmiddels heeft ze zo'n twintig verschillende mutsjes, allemaal in verschillende kleuren en haarsoorten: van kort en donker tot licht en krullen. De meeste petjes zijn met lang, blond en steil haar. Zoals haar eigen haar vroeger ook was. De eerste keer dat ze ermee de straat op ging, was best spannend. "Ik was bang dat mensen zouden zien dat het nep was." Maar alle reacties waren erg positief, de petjes sloegen zelfs enorm aan. Isabelle: "Vroeger had ik niet zo'n boeiend kapsel en ik kan me niet herinneren dat iemand me ooit een complimentje heeft gegeven over mijn haar. Maar toen ik de petjes ging dragen kreeg ik er steeds heel leuke opmerkingen over. Wat een leuk mutsje heb je op! Wat heb jij mooi lang haar! Welke stijltang gebruik je? Heel grappig als je je bedenkt dat het niet eens mijn eigen haar is, maar eigenlijk een pruik." Ook in het ziekenhuis zijn ze helemaal weg van de ontwerpen van Isabelle. De meeste kinderen met kanker hadden nog nooit zoiets gezien. Want zij dragen een doekje om hun hoofd, omdat de pruiken voor hen te groot zijn. En een op maat gemaakt exemplaar kost al snel enkele duizenden euro's, wat voor de meesten niet te betalen is. Met de mutsjes hoopt Isabelle anderen meiden met kanker te inspireren zelf ook de mutsjes te maken. Haar oma, die dik in de zeventig is, kan namelijk niet de hele dag aan het werk gezet worden en zelf heeft ze er geen tijd voor. Over drie weken moet Isabelle weer geopereerd worden, omdat het gezwel is teruggekomen.


Bijschrift Isabelle van Haver: "Vroeger gaf niemand me complimentjes over mijn eigen haar. Sinds ik na de chemokuren mutsjes draag, vragen mensen ineens welke steiltang ik gebruik." FOTO'S: MICHEL SCHNATER